Het Internet of Things (IoT): Als hightech een belediging van onze intelligentie wordt…

Internet of Things for the uninformed

Rooskleurige illustratie die het Internet of Things weergeeft op Sesamstraatniveau. Aan het eind van dit artikel kijk je heel anders tegen dit plaatje aan. Dit met de adem van China in de nek, die nu een gigadatabase bouwt om van elke Chinees alles met een puntensysteem bij te houden. Voor wie de serie ‘Black Mirror’ heeft gezien: in 2020 is China een groot Black Mirror. Het enige voordeel is dat wij als westerling ons misschien nog net kunnen afvragen: is dit echt hoe we de toekomst willen?…

 

De laatste decennia constateerden meerdere cultuurfilosofen en schrijvers, los van elkaar, een fenomeen dat wordt samengevat als ‘het oprukken van het kille steriele “ding” binnen het menselijke en natuurlijke’. Dit proces fnuikt al langer in Europa, aangezien zowel Baudelaire, Goethe als Victor Hugo er ook al tegen ageerden. Het Internet of Things of IoT, zoals het wordt afgekort, is het meest bizarre exces van deze ontwikkeling, die per abuis meent ieder probleem met technologie op te moeten lossen.

 

De tijdloze menselijke modus tussen leven en kunstmatigheid

Niet alleen verweven de blinde vlekken van IoT zich direct met onze gezondheid en mensenrechten, maar ook met sociaal geluk, de menselijke factor in het leven algemeen. De één na grootste bedreiging zit in versnelde Big Brother-ontvouwing en de transhumanistische agenda. De grootste is al realiteit: de afhankelijkheid van het IOT van één groot stralingsveld, dat onverenigbaar is met onze biologie.

Dit artikel is een 2017-upgrade van een stuk dat ik in 2010 in Frontier Magazine publiceerde. Inmiddels is het 5 voor 12. Zeker nu de anti-cash geldlobby steeds verder doorstoot, er nauwelijks plekken in Europa meer zijn waar de stralingsnorm niet zeer ver overschreden wordt en via e-care de medische ethiek geheel dreigt te verdwijnen.

“Since Machiavelli politicians have known that the mastery of simulated space is the source of power, that the political is not a real activity but a simulation model, whose manifestations are simply achieved effects.” – Jean Baudrillard

De constatering van een clash tussen het tegennatuurlijke of kunstmatige (techne) en het natuurlijke an sich is iets dat, in archaïsche vorm, al door de oude Grieken werd opgemerkt. We komen het bijvoorbeeld tegen in de aantekeningen over de mythische polen Kronos en Zeus in The Eleusinian and Bacchic Mysteries van Thomas Taylor. Ook is de bewuste keuze van de Grieken om technologie (en commercie) geen dominantie rol in het dagelijks leven te geven, een vaststaand feit. In plaats van het kunstmatige de blauwdruk voor bestaan en toekomst te maken, waaraan iedereen dan met handen en voeten geketend zit, volgde men in klassiek Griekenland de weg van het Eudaimonisme (het volgen van de Gelukkige Daemon).

Dit bracht men in de praktijk door het functionele leven in gezonde dynamiek te houden met het Dionysische bruisen van het leven zelf. De orgie (iets totaal anders dan de Romeinse versie – zie dat prachtige boek van Burgo Partridge) diende – de humorist Swami Beyondananda’s prachtige woordgrap gebruikend – als een “mental flos” (t.o.v. dental flos). De homeostase van geest, emoties, energie en lichaam werd er in één keer gedefragmenteerd, niet zoals de doorsnee Westerling die alle energie naar het hoofd blijft pompen tot alleen paracetamols, therapeuten, stoelnekmassages en burn-outs een onbevredigend einde aan de innerlijke shit en stresskramp maken. De Taoïsten hadden de wetten der balans voor menselijk geluk ook goed begrepen. Rta en Anrta botsten bij de tantrische filosofen op elkaar zoals natuur en tegennatuur en de Jaqui-indianen vertalen deze botsing als leven versus anorganisch leven. Zie het werk van Carlos Castaneda. In mijn filosofische werk Vamachara (2012) ben ik zeer uitvoerig ingegaan op de neiging van de mens om het in absolutismen te zoeken en hoe hier alle disbalans uit voortkomt en het afdrijven van de menselijke modus.

 

Basisvoorwaarde Internet of Things – IOT – onverenigbaar met een veilig leefmilieu

Ik heb mij, net als zoveel kritische Europeanen, steeds verbaasd over het totaal negeren van de Europese Commissie van de wens van het Europarlement in april 2009 en de Resolution 1815 van de Raad voor Europa, om tot serieuze wetenschappelijk onderbouwde veiligheidsnormen voor straling over te gaan, in plaats van de ondeugdelijke, door industrie- en machtspolitiek aan ons opgelegde normen te handhaven.

Het BioInitiative Report en Freiburger Appel hadden een blikseminslag moeten zijn, maar anno 2017 is er nog steeds niets gebeurd. Dat komt omdat de EU geenszins van plan is om haar stralingspolitiek aan te passen. Noch aan mensenrechten, noch aan de volksgezondheid en de overal al de pan uit rijzende ziektekosten, noch aan gezond verstand omdat men een Internet van ge-RFID-chipte dingen wil doordrukken.

Dit Internet of Things – IOT – is namelijk geheel afhankelijk van draadloos-technieken en dan vooral van de bewezen, gevaarlijke chronische blootstelling aan frequenties, zoals Bleutooth en Wi-Fi (2,4 Ghz), UMTS en de nu al wetenschappelijk zeer omstreden G5. De e-care is inmiddels al zover doorgeslagen in die richting, dat in november 2017 dit bericht verscheen: (Telegraafartikel) digitale pil komt er dokter kijkt mee of je ze slikt. Voor wie het origineel wil lezen: digital pill – New York Times.

 

Het Internet of Things heeft al sinds 1991 van RFID-chips voorziene burgers op de agenda

Kevin Ashton, toenmalig hoofd van het ‘Auto-ID Center’ van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), gebruikte in 1999 de term Internet of Things, maar de discussie hierover dateert op zijn vroegst van 1991. Destijds werd er vooral gedacht aan toepassingen met RFID-chips. Door alle objecten inclusief mensen van identifiers te voorzien, zou de echte wereld geïnventariseerd en gemanaged kunnen worden door computers. Te denken valt bijvoorbeeld ook aan het volgen van het transport van pakketjes. Sindsdien wordt het idee gedragen door een zeer actieve lobby van ICT-, chip- en draadloos Internet-CEO’s, die geheel gefuseerd is met ons Europees beleid op dit vlak.

Vandaag de dag is het RFID-chip concept niet van de baan, maar het Internet of Things – IoT – wordt nu meer gezien als een ‘evolutionaire’ ontwikkeling van het internet, waarbij alledaagse voorwerpen zijn verbonden met een netwerk die gegevens kunnen uitwisselen.

Als het belangrijkste aspect van het Internet der dingen wordt als voordeel genoemd: de mogelijkheden die ontstaan wanneer fysieke objecten en de virtuele wereld samenkomen. Zogenaamde ‘slimme’ objecten spelen hierbij een sleutelrol. Dit omdat men meent dat het ingebedde informatie- en communicatie-technologie het potentieel heeft om de bruikbaarheid van objecten revolutionair te doen toenemen. Met gebruik van sensors kunnen deze hun omgeving in zich opnemen, en via ingebedde netwerktechnologie kunnen ze met elkaar communiceren, internetdiensten gebruiken en met mensen interageren.

In de huidige betekenis refereert de term internet der dingen dus aan ‘dingen’ die zelf computers zijn en via internet allerlei zaken monitoren en regelen. Dat is een verschuiving ten opzichte van het oorspronkelijke centralistische idee. Wie echter sinds de verkiezing van Donald Trump de echte Internet-ontwikkelingen volgt, weet dat deze ‘evolutie’ van het Internet of Things een wassen neus is.

 

Oogklep-lobbies binnen een door politiek en mainstream-media gemaakte “realiteit”

2017 Is het jaar geworden waarin journalist Udo Ulfkotte (auteur Gekochte Journalisten – Hoe de CIA het nieuws koopt) overleed en Google en Facebook tot een radicale on-Westerse vorm van censuur van onafhankelijke informatie overgingen. Hieronder ook de verwijdering, ten bate van de farmaceutische lobby, van meer dan 100.000 pagina’s van naturalnews.com door Google, hetgeen tot een historisch Internet-protest leidde, dat Google op haar schreden deed terugkeren. Daarvoor hebben we het zwartmaken van Julian Assange meegemaakt, de vlucht van Edward Snowden en het idee van de NSA om via medische gadgets die in het Internet of Things zitten ingebed te gaan spioneren.

Even terug naar Assange; de Internet of Things-lobbyisten houden nul komma nul rekening met de werkelijke politieke realiteit van vandaag. Die komt er (met de nuchtere analyses van topdeskundige Karel van Wolferen in het achterhoofd) op neer dat het Amerikaans industrieel complex en haar totaal-fusering nu met de NATO, de baas is in de wereld, gevolgd door de CIA en dán pas het Witte Huis, waarna de EU en allerlei verplichte vrienden van de VS volgen.

Top down is de echte wereld helaas niet open of redelijk, niet in open informatiebronnen en voordelen van burgers geïnteresseerd en zeker niet in het menselijk, kritisch, wetenschappelijk of democratisch argument. Toen Wikileaks de film Collateral Murder online zette, waarin door VS-militairen mensen worden vermoord alsof het een computergame is, werden onmiddellijk de bedrijven Palantir Technologies, HBGary Federal en Berico Technologies ingeschakeld, om Julian Assange structureel via de hele mainstream pers wereldwijd zwart te maken, op zo’n manier dat miljoenen mensen dat ook nog geloven. Hun strategie voor deze karaktermoord gaven ze zelf aan:

  • “Feed the fuel between the feuding groups. Disinformation. Create messages around actions to sabotage or discredit the opposing organization. Submit fake documents and then call out the error.
  • Create concern over the security of the infrastructure. Create exposure stories. If the process is believed to not be secure they are done.
  • Cyber attacks against the infrastructure to get data on document submitters. This would kill the project. Since the servers are now in Sweden and France pulling a team together to get access is more straightforward.
  • Media campaign to push the radical and reckless nature of wikileaks advices. Sustained pressure. Does nothing for the fanatics, but creates concern and doubt amongst moderates.
  • Search for leaks. Use social media to profile and identify risky behavior of employees.”

uit: The WikiLeaks Threat An Overview by Palantir Technologies, HBGary Federal and Berico Technologies pag. 14 Potential  Proactive Tactics

Kortom met een dergelijke internationale politieke context hebben we vandaag te maken en om dan een, op alles controlerende RFID-chips en smart-apparaten gebaseerd, Internet of Things te voltooien, is op zijn zachts gezegd iets waarbij George Orwell zich in zijn graf zou omdraaien. Dit is maar een dimensie van dit project. De gezondheidsschade-dimensie is even desastreus. De officiële en Wikipedia-verwachtingen rond het internet der dingen zijn, dat er vanuit diverse gezichtspunten voordelen zullen zijn:

  1. commercieel: efficiëntere processen, minder kosten voor logistiek/opslag, verkoop meer toegespitst op klanten
  2. sociaal en politiek: duidelijkere informatie voor klanten en burgers, betere zorg, betere veiligheid (bijvoorbeeld in het verkeer)
  3. persoonlijk: nieuwe diensten die het leven aangenamer en veiliger maken.

Erg kort door de bocht, want:

  1. commercieel?: voor de happy few. Ontzettend veel echte, fysieke bedrijven zijn door de verschuiving van handel en koopgedrag naar het Internet failliet gegaan en daarmee is voor veel mensen de werkgelegenheid, gezelligheid en een sociaal gebeuren verdwenen.
  2. sociaal en politiek?: alle officiële informatie is onbetrouwbaar, de politiek doet niets met open onafhankelijke informatie, maar blijft informatie filteren via een hogere agenda. E-care is afhankelijk van een dekkend kankerverwekkend en aanhoudend grote fysieke en psychische schade verwekkend wifi en zendmastenveld, en de veiligheid in het verkeer is onzin. Statistieken uit Zweden laten een trendbreuk-stijging zien qua verkeersongelukken, gelijk opgaand met de uitrol van de draadloze samenleving.
  3. persoonlijk: In 1998 werd de smartphone-zombie (“smombie” zoals de Duitsers ze noemen) al voorspeld, waar nu alle metro’s en treinen mee vol zitten. De verslaving heeft al de eerste afkick-programma’s in het leven geroepen. Nieuwe diensten bestaan vooral uit anti-sociale gebakken lucht toepassingen en de zelfmoord onder jongeren breekt voortdurend records. Los van het sociale en eenzame an zich, is de straling-tsunami verantwoordelijk voor gevaarlijke melatonine, dopamine en serotonine-dalingen, terwijl de stresshormonen kunstmatig pieken. Bij geweldstudies bleek de dader vaak een zeer lage serotonine-spiegel te hebben en bij autopsies in Zweden onder zelfmoord-lijken in stralingsvervuilde gebieden, bleek de melatonine vaak tot bijna 0 gedaald.

Tot zover het aangenamere leven en de veiligheid. Zie de statistiek in het boek Elektrosmog de verborgen vervuiler van Ing. Gerrit Teule.

Het Internet of Things is politiek één van die vele postmoderne constructies, waarbij allerlei glamourtermen zoals “emerging”, “smart”, “future”, “Europe should take a leading position”, “The Cloud”, etc. worden rondgestrooid voor de politieke promotie. Ze paraderen in korte inhoudsloze tekstblokjes op EU-websites.

Digitale technologie kan heel nuttig zijn, maar je moet weten wanneer ook hier de zaken over de top zijn. Het is in dit kader interessant dat zelfs een mainstream-site als wikipedia op de Nederlandse pagina over het Internet of Things, een aardige opsomming van bezwaren geeft. Het heetste hangijzer schittert hierin echter door afwezigheid: het zeer gezondheidschadelijke effect van het stralingsveld, nodig om het Internet of Things überhaupt te laten functioneren en waarvoor in ieder land meerdere, op gezondheidsbescherming en fundamentele mensenrechten betrokken, grondwetsartikelen moeten worden overschreden.

 

Wikipedia’s opsomming van de Internet of Things controverse

Peter-Paul Verbeek, hoogleraar techniekfilosofie aan de Universiteit van Twente, schrijft dat technologie nu al onze morele besluitvorming beïnvloedt, wat weer gevolgen heeft voor privacy en autonomie. Hij waarschuwt tegen het beschouwen van technologie als slechts een ‘werktuig’ en vindt dat we het moeten zien als een actieve entiteit.

Een ander punt van kritiek is dat het internet der dingen snel wordt ontwikkeld zonder goed rekening te houden met veiligheid en met aanpassingen in regelgeving die noodzakelijk zullen zijn. In het bijzonder zullen, bij verdere verspreiding van het internet der dingen, cyberaanvallen een meer fysiek karakter krijgen in plaats van zich slechts af te spelen in de virtuele wereld. In Forbes januari 2014, noemde cybersecurity columnist Joseph Steinberg diverse met het internet verbonden applicaties, waaronder televisies, keukenapparatuur, camera’s, en thermostaten, die nu al “mensen in hun eigen huis kunnen bespieden”.

In het algemeen kan worden vastgesteld dat de intelligence-sector het internet der dingen beschouwt als een rijke gegevensbron.

In een rapport van het Amerikaanse National Intelligence Council staat dat het moeilijk zal zijn om “toegang tot netwerken bestaande uit sensoren en op afstand bestuurde objecten te ontzeggen aan vijanden van de VS en criminelen. Een open markt voor geaggregeerde sensor-gegevens zal naast het bevorderen van commercie en veiligheid ook criminelen en spionnen helpen bij het in kaart brengen van kwetsbare doelen. Het op grote schaal combineren van sensorgegevens kan de maatschappelijke cohesie ondermijnen als het niet te verenigen blijkt te zijn met garanties uit het Fourth-Amendment tegen onredelijke zoekacties.”  In het algemeen kan worden vastgesteld dat de intelligence-sector het internet der dingen beschouwt als een rijke gegevensbron.

Er is brede erkenning voor het feit dat ontwerp en beheer van het internet der dingen via evolutie zich verder zullen ontwikkelen. De ontwerpen van toekomstvaste en veilige oplossingen zullen daarom moeten uitgaan van “anarchistische schaalbaarheid”. Toepassing van dit concept kan worden uitgebreid naar fysieke systemen (beheerde objecten in de reële wereld), mits bij het ontwerp daarvan rekening is gehouden met onzekerheid in de beheereigenschappen. De mogelijkheden van het internet der dingen kunnen dus in de toekomst geheel worden benut, als de fysieke systemen kunnen werken met alle mogelijke beheersystemen zonder risico op uitval.

Justin Brookman, van het Center for Democracy and Technology, maakt zich zorgen over de gevolgen die het internet der dingen zal hebben op de privacy van de consument. Zijn uitspraak is: “Er zijn binnen de commercie mensen die zeggen ‘Oh, big data — prima, we slaan alles op, gooien nooit iets weg, en later huren we iemand in om na te denken over security.’ De vraag is of we afspraken wensen te maken om hier beperkingen aan op te leggen.”

De American Civil Liberties Union (ACLU) ziet het probleem dat het internet der dingen ten koste kan gaan van de controle die burgers hebben over hun eigen leven. De ACLU schreef “Het is simpelweg niet mogelijk om te voorspellen hoe deze enorme krachten – die vooral terechtkomen bij bedrijven die zoeken naar financieel gewin en regeringen die zoeken naar steeds meer controle – zullen worden aangewend. Het is goed denkbaar dat ‘Big Data’ en het internet der dingen het voor ons moeilijker zullen maken onze eigen levens in eigen hand te hebben, terwijl we steeds meer afhankelijk worden van machtige bedrijven en overheidsorganen die voor ons steeds ondoorzichtiger worden.”

Een aspect dat ook vaak wordt vergeten, heeft te maken met de gevolgen voor het milieu van het fabriceren, gebruiken en uiteindelijk als afval verwerken van apparatuur met veel halfgeleiders. Moderne elektronica bevat een grote diversiteit aan zware en zeldzame metalen en daarnaast zwaar giftige chemische bestanddelen. Dit maakt recyclen bijzonder lastig. Elektronische componenten worden vaak simpelweg gedumpt en vervuilen vervolgens de bodem, grondwater en oppervlaktewater. Dit kan uiteindelijk leiden tot chronische ziekten bij mensen. Daarnaast neemt de milieuschade, die samenhangt met het winnen van de voor moderne elektronische componenten noodzakelijke zeldzame metalen, steeds meer toe. Hoewel op wereldschaal de productie van elektronische apparatuur groeit, worden slechts weinig van de metalen (van niet meer gebruikte apparatuur) verzameld voor hergebruik. De gevolgen voor het milieu zullen hierdoor toenemen.

Bij het internet der dingen zal vaker dan voorheen sprake zijn van het inbouwen van elektronica in alledaagse objecten, zoals lichtschakelaars. Daarnaast is bekend dat de belangrijkste aanleiding voor het vervangen van elektronische componenten, vaker het voortschrijden van de techniek is, dan het daadwerkelijk niet meer functioneren van de component. Het is dus te verwachten dat in de toekomst ook alledaagse objecten vaker zullen moeten worden vervangen, dan we gewend waren. Dit zal ook weer leiden tot (veel) meer afval.

In de marketing rondom het internet der dingen zal soms de nadruk worden gelegd op de realiseerbare energiebesparing. Vaak kan hetzelfde voordeel worden behaald, door het hebben van een goed lopende huishouding.

 

De CASAGRAS-definitie van het Internet of Things

Internet of Things voortouw-bedrijf CASAGRAS definieerde het IOT als:

“A global network infrastructure, linking physical and virtual objects through the exploitation of data capture and communication capabilities. This infrastructure includes existing and evolving Internet and network developments. It will offer specific object-identification, sensor and connection capability as the basis for the development of independent cooperative services and applications. These will be characterised by a high degree of autonomous data capture, event transfer, network connectivity and interoperability.

Ook wordt duidelijk wat de rol is van onveilige draadloos technologie en het belang van het aanhoudend geforceerde typen daarvan, via bijvoorbeeld het NOS journaal (lullige berichten over Twitter en iPads voortdurend als wereldnieuws brengen etc.):

“Communications platforms in relation to the Internet of Things must clearly accommodate those that relate to the various RFID carrier frequency and functional modalities as well as both wired and wireless communications modalities that accommodate data transfer. Wireless platforms for radio communication provide an extensive and extending capability for RFID systems and applications, extending reach from a few centimetres to 1000’s of kilometres. Of particular significance in this respect are the IEEE protocols:”  WiFi (IEEE 802.11 variants); WiMax (IEEE 802.16); Bluetooth (IEEE 802.15.1); UWB (IEEE 802.15.3a); ZigBee (IEEE 802.15.4); Flash OFDM (IEEE 802.20).”

 

Ethiek en intelligentie futurologie gaat niet samen met een Internet of Things

Volgens het adviesbureau Gartner zullen in 2020 maar liefst 26 miljard apparaten aan het Internet of Things verbonden zijn. In december 2008 sprak ik telefonisch met Mr. Paul Baakman van rechtsbureau BAWA en hij verwachtte dat, wanneer de stralingswaarheid gemeengoed wordt omdat ze straks niet meer te ontkennen valt, de Nederlandse Staat zo gigantisch veel schadeclaims zal krijgen, dat deze alleen nog maar kan schikken en dus feitelijk failliet zal gaan. Maar ook hiermee zijn we nog lang niet klaar.

De genetische schade aan mens, dier en plant, die nu overal al jaren wordt aangericht en waar iemand, zoals de spijt betuigende specialist in het gebruik van WiFi als psychotronisch en fysiek wapen, Barrie Trower (ex-Brits Geheime Dienst) uren over kan vertellen, zal decennia mogelijk zelfs eeuwen, verwoestend nawerken. Dit niet alleen socio-economisch, dankzij een krankzinnig oplopend aantal arbeidsongeschikten en mensen met kanker die door een slinkende groep “fitten” in leven moet worden gehouden. De kosten wereldwijd voor de gezondheidszorg zullen oplopen tot 40% van alle kosten. Alleen hierop, zegt Trower, is geen enkele economie berekend.

 

Het Internet of Things past naadloos in de nachtmerrie van Baudelaire

Wat filosofen al was opgevallen, is dat de strijd in de wereld van nu, er vooral een is tussen de mens en het zielloze ding, dat zich via de technologie steeds dieper invreet in ons menselijk territorium, het menselijke uit ons wegdrukt en vervangt door politiek correcte nulletjes en eentjes met een vet gesubsidieerde allergie voor laterale intelligentie en natural life (alle kranten zouden zonder deze subsidie allang failliet zijn).

Techniek komt van het Griekse techne, het kunstmatige. Het eindresultaat, indien we het “ding”, niet de baas zullen worden, is een dode wereld zonder poëtische grillen, zonder avontuur, zonder verrassingen, zonder ontdekkingen, zonder meningen, zonder natuurlijk stadsgroen, zonder iets menswaardigs. Een wereld zonder levenslust, waarin gelijke pas houdend met het huidige verdwijnen van insecten en vogels, het leven het langzaam opgeeft. Er is dan alleen nog centraal geleide, centraal voorgekauwde informatie, gemodificeerd door een 100% klinische aansturing van hogerhand en gehoorzame overheidszombies op regionaal niveau.

Deze soort ontwikkeling, waaronder ook het iedereen ontglippende gefaseerde samensmelten van alle databases achter internet-zoekmachines, cloud-computing etc., leidt met zachte hand tot een despote standaardisering van een objectiviteitsvernietiging (“men” vindt = het is = ik vind). Een soort FOX-bewustzijn, dat via menstechnieken bij ieder individu verpsychologizeerd wordt. Emoties zullen dan simultaan gesepareerd worden van leven, dat juist intrinsiek altijd verbonden moet blijven met – ten opzichte van deze afstandelijke emotieloze helikopterview – en dus de rebelse, soevereine en subjectieve extreme close up nodig heeft, om inhoudelijk voor leven door te kunnen gaan en dit leven objectief en intelligent te kunnen besturen in plaats van smart.

Het enige goede nieuws wat dit laatste betreft, is dat de verpopping van het Internet tot Holonet nu nog net science fiction is. Facebook is bezig met technologie die onze hersens direct inleest, gedachten eruit trekt en deze op scherm zet. Dit gebeurt in een hardware lab genaamd Building 8. Een kopstuk in deze ontwikkeling, Regina Dugan, nam dit jaar om ethische redenen ontslag. Elon Musk streeft eveneens naar het koppelen van hersens aan computer zodat we “niet achter gaan lopen bij robots“. Hij vraagt daarbij niet of iedereen van de 7 miljard mensen op deze planeet dit willen, maar meent hier gewoon over te kunnen beslissen, binnen een mix van megalomane arrogantie, ethisch-sociale onderontwikkeldheid en totaal gebrek aan cultuurfilosofische visie.

 

Regina Dugan, tijdens de jaarlijkse Facebook F8 Developers Conference in California, U.S., 19 april, 2017.

 

Het slechte nieuws is dat de profetie van Charles Baudelaire uit 1848 zich in een steeds hoger tempo ontvouwt als een confronterende nachtmerrie, voor wie zijn ziel nog niet aan het Zielloze Ding verkocht:

“De wereld loopt ten einde. Ze houdt het alleen nog vol omdat ze nu eenmaal bestaat… Stel dat ze stoffelijk blijft voortbestaan, zou dat een bestaan zijn dat zijn naam en plaats in het woordenboek der geschiedenis waard zou zijn? … Wij zullen ten onder gaan aan juist datgene waarvan wij denken dat het ons in leven houdt. De technocratie zal ons veramerikaniseren; ons geestesleven zal door de vooruitgang in zo’n mate worden vernietigd dat geen van de bloeddorstige, roekeloze of tegennatuurlijke dromen van de utopisten de vergelijking met deze vaststaande feiten zal kunnen doorstaan… De allesomvattende ondergang zal zich niet alleen, of in het bijzonder, manifesteren in politieke instellingen of algemene vooruitgang of wat voor namen er ook aan gegeven kunnen worden; zij zal vooral blijken uit de slechtheid van het hart.

 

Voormalige vice-president ledenwerving Facebook waarschuwt tegen social media

En toch dringt deze boodschap soms onverwacht door. In november 2017 sprak voormalige topbestuurder van Facebook, Chamath Palihapitiya, een publiek van Amerikaanse studenten en academici toe. “Enorm schuldig” voelt de voormalige vice-president ledenwerving (User growth), zich voor het mede-creëren van “een monster”. Palihapitiya hield de studenten voor: “Je realiseert het niet maar je wordt geprogrammeerd.” Hij heeft zijn eigen Facebook-gebruik zo goed als afgezworen en verbiedt zijn kinderen het sociale netwerk te gebruiken. In de onderstaande video betuigt hij spijt van zijn bijdrage aan het grootste sociale netwerk van de wereld.

 

 

Palihapitiya’s kritiek op zijn oude werkgever is niet mals. Sociale netwerken zoals Facebook zijn volgens hem bezig om “het sociale weefsel dat de samenleving bij elkaar houdt te vernietigen”. “De dopamine-achtige beloningen voor de korte termijn die we hebben bedacht, verwoesten hoe de samenleving werkt. Geen maatschappelijk debat, geen samenwerking, desinformatie, onwaarheden”. Aldus Palihapitiya over het effect van sociale media op de samenleving. Het was niet de bedoeling, maar “ergens in ons achterhoofd wisten we dat er iets erg kon gebeuren…

Palihapitiya is de derde voormalige Facebook-medewerker in korte tijd, die zich zeer kritisch uitlaat over Facebook. In november zei Sean Parker, de man die Facebook in de begintijd naar investeerders in Silicon Valley leidde, dat Facebook psychische de kwetsbaarheden van mensen uitbuit. “God mag weten wat het doet met de hersenen van onze kinderen.”

Eerder kaartte voormalig Facebook-productmanager, Antonio García-Martinez, aan hoe Facebook het gedrag van gebruikers beïnvloed. Hij schreef de bestseller Chaos Monkeys waarin hij de sfeer binnen de organisatie beschrijft als ‘bedrijfsfascisme’.

Tot zover de stand van zaken met betrekking tot Internet of Things, 2018 en haar randvoorwaarde, die ons van het echte leven en het sociaal gebeuren verwijdert: Social Wifi… ♦


 

You may also like...